De uitdaging van de Leegte

Prijs: €14.90

15 artikelen uit het tijdschrift Inzicht, samengebracht onder de titel De uitdaging van de Leegte

 

Een van de non-dualistische uitspraken die je vaak in geschreven teksten tegenkomt, is dat het bestaan (of het leven, of de wereld) leeg is. Een dergelijke uitspraak wekt in eerste instantie bevreemding. Het bestaan is toch immers tot de rand toe gevuld met ontelbare mensen, dieren, voorwerpen en verschijnselen? Hoe kun je dan zeggen dat het leeg is?

Toch kan gezien worden dat het bestaan daadwerkelijk leeg is, en wel op twee manieren. Op de eerste plaats kan gezien worden dat het centrale element in ons bestaan, het ik als persoon, een illusie is. Het is er gewoon niet, behalve als (een zich steeds weer herhalende) gedachte of concept. In dat kader zou je kunnen zeggen dat het bestaan leeg is van jou als persoon. Er is niemand die het bestaan ervaart, en toch wordt het ervaren. Een onbegrijpelijke paradox, tot gezien wordt dat het bestaan ervaren wordt door zichzelf, zonder tussenkomst van een persoon die het ervaart. Besta je zelf dan niet? Natuurlijk wel. Niet als persoon, maar als dat zichzelf ervarende geheel van het bestaan zelf.

Daarnaast kan gezien worden dat het bestaan leeg is als beseft wordt dat iedere ogenschijnlijke vorm (mens, dier, voorwerp, verschijnsel) geen duurzaamheid bezit binnen ruimte en tijd. Alles wat we als vorm onderscheiden en benoemen, is alweer ‘iets anders’ geworden voordat we het hebben kunnen waarnemen. Niets heeft of is een vaste vorm. Kun je dan nog wel zeggen dat het bestaat? Eigenlijk niet. Het enige dat niet voortdurend verandert, is de verandering zelf, en die heeft geen onderscheidbare vorm of substantie. Het bestaan, zou je kunnen zeggen, is leeg van vorm. Het is een leegte die gevuld is (inderdaad, tot de rand toe) met ogenschijnlijke vormen zonder enige werkelijke substantie, en precies die leegte is wat je bent.

Vermoedelijk wordt deze waarheid al duizenden jaren gezien door talloze ogenschijnlijke individuen. Slechts weinigen hebben er echter woorden voor weten te vinden. De uitdaging zit hem niet in het zien van de leegte (want dat zien gebeurt spontaan en valt dus niet af te dwingen), noch in de ervaring ervan (want de leegte wordt altijd ervaren, of je je daar nu bewust van bent of niet). De uitdaging zit in het onder woorden brengen van het inzicht dat het bestaan leeg is, en dat er altijd alleen maar sprake is van vormloos, onpersoonlijk gewaarzijn.

En toch zijn er binnen de traditionele religies vele teksten te vinden die verwijzen naar het non-duale karakter van het bestaan, naar de leegte van het leven. Deze teksten worden mystieke teksten genoemd, en zijn meestal ook esoterisch, d.w.z.: ze vallen meestal buiten de officiële, openbare leer van een religie. Geen wonder, want juist omdat het een onmogelijke opgave is de leegte onder woorden te brengen, kunnen zulke teksten gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Vandaar dat ze van oudsher slechts voor een kleine groep ingewijden bestemd waren.

De afgelopen vijftig jaar echter zijn er steeds meer mensen over gaan spreken en schrijven, en zijn die teksten, vooral na de komst van het internet, steeds algemener verspreid geraakt. Dat heeft de kans op onduidelijkheden en misverstanden niet verkleind, maar juist vergroot. Er is geen objectief criterium waaraan de kwaliteit van een tekst over non dualiteit afgemeten kan worden. Bovendien valt het non duale inzicht nooit volledig en zuiver onder woorden te brengen. Het fundamenteel duale karakter van de taal die ons daar voor ter beschikking staat, verhindert dat. Desondanks lijkt de groep gretige lezers en luisteraars almaar toe te nemen.

Ook InZicht bezit geen objectieve criteria aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een tekst over non dualiteit hout snijdt of niet. We kunnen als redactie niet anders dan afgaan op onze eigen smaak en intuïtie. Daarnaast proberen we wel ruimte te bieden aan zoveel mogelijk non duale tradities en verwoordingswijzen. Uiteindelijk dient wat ons betreft InZicht geen ander doel dan een podium te bieden aan heldere en begrijpelijke verwoordingen van datgene waarnaar het woord non dualiteit verwijst, zowel binnen het Nederlandse taalgebied als daarbuiten, in de hoop dat ze kunnen dienen als bakens voor hen die op zoek zijn naar de ware aard van zichzelf en het bestaan.

Om die reden bevat dit jubileumboekje een breed scala aan non duale teksten van auteurs van allerlei pluimage. Auteurs als Jean Klein (advaita vedanta en Kashmir Shaivisme) en Ton Lathouwers (zenboeddhisme) vertegenwoordigen non duale tradities die zeer ver teruggaan in de geschiedenis. Veel andere auteurs in dit boekje baseren zich echter niet op een non duale traditie, maar verwoorden hun eigen inzicht op hun eigen unieke manier, zoals Alexander Smit, Douwe Tiemersma, Hans van Dam, Philip Renard, Halina Pytlasinska, Wolter Keers en Vimala Thakar. Sommigen van hen (Tony Parsons, Rupert Spira, Jeff Foster) hebben daarmee een groot publiek weten te bereiken, terwijl anderen in relatieve onbekendheid of zelfs anonimiteit hun inzicht delen met anderen.

Als de uitdaging van het verwoorden van de leegte zo’n uitdaging is, waarom zou je er dan nog aan beginnen? Daar zijn vele redenen voor aan te voeren, en dat wordt ook gedaan, maar dat zijn wat mij betreft altijd rechtvaardigingen achteraf. Waarom hier over gesproken en geschreven wordt, is net zo moeilijk onder woorden te brengen als het non duale inzicht zelf. Het meest bevredigende antwoord vind ik nog altijd dat van Jan van den Oever, een van de auteurs die we voor deze jubileumuitgave geselecteerd hebben. Op mijn oprechte vraag waarom hij al meer dan twintig jaar spreekt over dat waarnaar op zijn hoogst verwezen kan worden, zei hij met het voor hem zo kenmerkende enthousiasme: “Gewoon, omdat ik er mijn mond niet over kan houden!”.

En zo moet deze selectie van artikelen die de afgelopen vijftien jaar in InZicht zijn verschenen in mijn ogen ook gezien worden. Het zijn allemaal teksten van mensen die getracht hebben het onverwoordbare te verwoorden, ‘gewoon omdat ze er hun mond niet over konden houden’.

Han van den Boogaard

Redactie InZicht

Loading Vernieuwen lijst
LoadingBezig met updaten...

15 artikelen uit het tijdschrift Inzicht, samengebracht onder de titel De uitdaging van de Leegte

 

Een van de non-dualistische uitspraken die je vaak in geschreven teksten tegenkomt, is dat het bestaan (of het leven, of de wereld) leeg is. Een dergelijke uitspraak wekt in eerste instantie bevreemding. Het bestaan is toch immers tot de rand toe gevuld met ontelbare mensen, dieren, voorwerpen en verschijnselen? Hoe kun je dan zeggen dat het leeg is?

Toch kan gezien worden dat het bestaan daadwerkelijk leeg is, en wel op twee manieren. Op de eerste plaats kan gezien worden dat het centrale element in ons bestaan, het ik als persoon, een illusie is. Het is er gewoon niet, behalve als (een zich steeds weer herhalende) gedachte of concept. In dat kader zou je kunnen zeggen dat het bestaan leeg is van jou als persoon. Er is niemand die het bestaan ervaart, en toch wordt het ervaren. Een onbegrijpelijke paradox, tot gezien wordt dat het bestaan ervaren wordt door zichzelf, zonder tussenkomst van een persoon die het ervaart. Besta je zelf dan niet? Natuurlijk wel. Niet als persoon, maar als dat zichzelf ervarende geheel van het bestaan zelf.

Daarnaast kan gezien worden dat het bestaan leeg is als beseft wordt dat iedere ogenschijnlijke vorm (mens, dier, voorwerp, verschijnsel) geen duurzaamheid bezit binnen ruimte en tijd. Alles wat we als vorm onderscheiden en benoemen, is alweer ‘iets anders’ geworden voordat we het hebben kunnen waarnemen. Niets heeft of is een vaste vorm. Kun je dan nog wel zeggen dat het bestaat? Eigenlijk niet. Het enige dat niet voortdurend verandert, is de verandering zelf, en die heeft geen onderscheidbare vorm of substantie. Het bestaan, zou je kunnen zeggen, is leeg van vorm. Het is een leegte die gevuld is (inderdaad, tot de rand toe) met ogenschijnlijke vormen zonder enige werkelijke substantie, en precies die leegte is wat je bent.

Vermoedelijk wordt deze waarheid al duizenden jaren gezien door talloze ogenschijnlijke individuen. Slechts weinigen hebben er echter woorden voor weten te vinden. De uitdaging zit hem niet in het zien van de leegte (want dat zien gebeurt spontaan en valt dus niet af te dwingen), noch in de ervaring ervan (want de leegte wordt altijd ervaren, of je je daar nu bewust van bent of niet). De uitdaging zit in het onder woorden brengen van het inzicht dat het bestaan leeg is, en dat er altijd alleen maar sprake is van vormloos, onpersoonlijk gewaarzijn.

En toch zijn er binnen de traditionele religies vele teksten te vinden die verwijzen naar het non-duale karakter van het bestaan, naar de leegte van het leven. Deze teksten worden mystieke teksten genoemd, en zijn meestal ook esoterisch, d.w.z.: ze vallen meestal buiten de officiële, openbare leer van een religie. Geen wonder, want juist omdat het een onmogelijke opgave is de leegte onder woorden te brengen, kunnen zulke teksten gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Vandaar dat ze van oudsher slechts voor een kleine groep ingewijden bestemd waren.

De afgelopen vijftig jaar echter zijn er steeds meer mensen over gaan spreken en schrijven, en zijn die teksten, vooral na de komst van het internet, steeds algemener verspreid geraakt. Dat heeft de kans op onduidelijkheden en misverstanden niet verkleind, maar juist vergroot. Er is geen objectief criterium waaraan de kwaliteit van een tekst over non dualiteit afgemeten kan worden. Bovendien valt het non duale inzicht nooit volledig en zuiver onder woorden te brengen. Het fundamenteel duale karakter van de taal die ons daar voor ter beschikking staat, verhindert dat. Desondanks lijkt de groep gretige lezers en luisteraars almaar toe te nemen.

Ook InZicht bezit geen objectieve criteria aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een tekst over non dualiteit hout snijdt of niet. We kunnen als redactie niet anders dan afgaan op onze eigen smaak en intuïtie. Daarnaast proberen we wel ruimte te bieden aan zoveel mogelijk non duale tradities en verwoordingswijzen. Uiteindelijk dient wat ons betreft InZicht geen ander doel dan een podium te bieden aan heldere en begrijpelijke verwoordingen van datgene waarnaar het woord non dualiteit verwijst, zowel binnen het Nederlandse taalgebied als daarbuiten, in de hoop dat ze kunnen dienen als bakens voor hen die op zoek zijn naar de ware aard van zichzelf en het bestaan.

Om die reden bevat dit jubileumboekje een breed scala aan non duale teksten van auteurs van allerlei pluimage. Auteurs als Jean Klein (advaita vedanta en Kashmir Shaivisme) en Ton Lathouwers (zenboeddhisme) vertegenwoordigen non duale tradities die zeer ver teruggaan in de geschiedenis. Veel andere auteurs in dit boekje baseren zich echter niet op een non duale traditie, maar verwoorden hun eigen inzicht op hun eigen unieke manier, zoals Alexander Smit, Douwe Tiemersma, Hans van Dam, Philip Renard, Halina Pytlasinska, Wolter Keers en Vimala Thakar. Sommigen van hen (Tony Parsons, Rupert Spira, Jeff Foster) hebben daarmee een groot publiek weten te bereiken, terwijl anderen in relatieve onbekendheid of zelfs anonimiteit hun inzicht delen met anderen.

Als de uitdaging van het verwoorden van de leegte zo’n uitdaging is, waarom zou je er dan nog aan beginnen? Daar zijn vele redenen voor aan te voeren, en dat wordt ook gedaan, maar dat zijn wat mij betreft altijd rechtvaardigingen achteraf. Waarom hier over gesproken en geschreven wordt, is net zo moeilijk onder woorden te brengen als het non duale inzicht zelf. Het meest bevredigende antwoord vind ik nog altijd dat van Jan van den Oever, een van de auteurs die we voor deze jubileumuitgave geselecteerd hebben. Op mijn oprechte vraag waarom hij al meer dan twintig jaar spreekt over dat waarnaar op zijn hoogst verwezen kan worden, zei hij met het voor hem zo kenmerkende enthousiasme: “Gewoon, omdat ik er mijn mond niet over kan houden!”.

En zo moet deze selectie van artikelen die de afgelopen vijftien jaar in InZicht zijn verschenen in mijn ogen ook gezien worden. Het zijn allemaal teksten van mensen die getracht hebben het onverwoordbare te verwoorden, ‘gewoon omdat ze er hun mond niet over konden houden’.

Han van den Boogaard

Redactie InZicht